Onzichtbaar vriendje

This blog is also written in English. Please find the English version here

Een aantal weken geleden ben ik, terwijl de oudste op school zat, samen met mijn dochtertje Lieke naar de speeltuin gegaan. Net zoals gewoonlijk nam ze gelijk een spurt richting de brandweerglijbaan om daar hard vanaf te roetsjen. “Mama, kom snel! Er zit een kat in de boom!” Hoor ik haar roepen en ik loop er naartoe om te kijken. Lieke gaat altijd helemaal op in haar toneelspelletjes en neemt haar rol als echte brandweervrouw dan ook erg serieus. Ik pak de kat (die er natuurlijk niet echt zit) van haar aan en ze roetsjt weer net zo hard naar beneden als vlak ervoor. Ik geef haar de kat aan en ga op een bankje zitten om haar vanaf een afstandje even heerlijk te observeren. Wat hou ik toch van haar fantasiespelletjes en wat kan ze toch heerlijk spelen! Na even lekker in de zandbak gespeeld te hebben met wat andere kindjes zie ik haar naar de schommels lopen. Ik verwacht dat ze mij nu zal roepen om haar te duwen, maar in plaats daarvan zie ik haar een beweging maken alsof ze iemand erop tilt en ze begint gezellig kletsend de schommel te duwen. Ik hoor niet goed wat ze allemaal zegt, maar zo te zien heeft ze het prima naar haar zin. “Mama, wil je mij en mijn onzichtbare vriendje duwen?” Hoor ik haar roepen.

“Hoe heet je vriendje eigenlijk?” Vraag ik haar. 

 

Een onzichtbaar vriendje, daar had ik haar nog niet eerder over gehoord, hoe komt ze daar nou bij? Vanuit mijn werk weet ik dat dit wel vaker voorkomt natuurlijk, dus ik sta op en loop naar de schommels om eerst Lieke en vervolgens ook haar onzichtbare vriendje te duwen. “Hoe heet je vriendje eigenlijk?” Vraag ik haar. “Ze heet Lieke-Sterre, mama” antwoord ze vol overtuiging. Haar beste vriendinnetje heet Sterre, dus ik vind het nog niet eens zo gek bedacht en speel het spelletje gezellig mee.

Echter blijft het niet bij het spel in de speeltuin. Het onzichtbare vriendje gaat vanaf deze dag echt overal mee naar toe. Ze zit er af en toe bij aan tafel, ze gaat mee naar bed, mee naar het strand, mee naar de kinderopvang, mee op visite en ik zie er de lol wel van in. Of nou ja, niet altijd eigenlijk...

Waar ik denk dat beide kinderen goed vast zitten in de autogordel en ik ‘s ochtends weg wil rijden richting school, daar begint mijn dochtertje in paniek te roepen: “Nee mama niet rijden!! Mijn onzichtbare vriendje moet nog een gordel om!” Oké, we hebben haast, wat ga ik doen nu… Zal ik zeggen dat het geen kwaad kan dat het onzichtbare vriendje niet vast zit, of kan ik beter het vriendje ook maar vastzetten en het spel meespelen om de paniek van mijn dochter, die duidelijk niet gespeeld is, bij haar weg te halen?

Ik besluit een middenweg te kiezen en gelukkig is deze oplossing goed genoeg!


Ik besluit een middenweg te kiezen en zeg haar dat haar onzichtbare vriendje wel een keer bij haar op schoot mag onder haar gordel en dat ze haar maar goed vast moet houden. Gelukkig is deze oplossing goed genoeg en zo komen we nog op tijd aan bij school.

Een paar dagen later hoor ik boven de kinderen ruzie maken terwijl ze eigenlijk al in bed liggen. Ik loop ernaartoe om te kijken wat er aan de hand is en een snikkende Lieke komt mij tegemoet om te vertellen dat haar broer Quinten heeft gezegd dat haar vriendje niet bestaat en dat hij haar vriendje heeft geschopt. Ik troost Lieke en leg haar uit dat het soms ook best lastig te begrijpen is voor anderen die het vriendje niet kunnen zien. Vervolgens loop ik naar Quinten toe om hem uit te leggen dat het onzichtbare vriendje inderdaad niet echt bestaat, maar dat zijn zusje er wel in gelooft en dat het niet zo aardig van hem was om haar een schop te geven.

We spreken af dat we de volgende dag een boekje gaan halen over een onzichtbaar vriendje, zodat hij beter snapt hoe het werkt met zo’n vriendje en zodat Lieke snapt dat anderen haar vriendje niet kunnen zien. We vinden de volgende dag een fijn boekje en Quinten leest het vol trots aan zijn zusje voor in bed. Sindsdien hebben ze gelukkig weer wat meer begrip voor elkaar.

Waarom hebben veel kinderen denkbeeldige vriendjes?

Veel kinderen rond de 3 jaar hebben een denkbeeldig vriendje; peuters beleven de wereld anders dan volwassenen. Een kind heeft nog moeite om fantasie van de werkelijkheid te onderscheiden, dit noemen we magisch denken. Een fantasie vriendje hoort bij de magische wereld van de peuter en is dus volkomen normaal. Het kind oefent met zijn fantasie en verbeeldingsvermogen. En deze verdwijnt over het algemeen weer helemaal vanzelf.

Vanaf 6 jaar leren kinderen fantasie beter scheiden van de werkelijkheid, en zal het vriendje dus vanzelf weer verdwijnen. Elk kind ontwikkelt op zijn/haar manier en het kan dus bij de een wat langer duren dan bij de ander. Hier leest u meer waarom het hebben van een onzichtbaar vriendje op een natuurlijke manier kan bijdragen aan de gezonde ontwikkeling van uw kind.