FAQ

Hoe is de verhouding aantal kinderen, aantal leidsters in een groep? 

De norm hiervoor staat vastgelegd in de beleidsregels die we volgen.
De verhouding van het aantal kinderen, aantal leidsters in een groep bedraagt ten minste:

Eén leidster per drie kinderen in de leeftijd nul tot één jaar
Eén leidster per vijf kinderen in de leeftijd van een tot twee jaar
Eén leidster per zes kinderen in de leeftijd van twee tot drie jaar
Eén leidster per acht kinderen in de leeftijd van drie tot vier jaar

Bij een gemengde leeftijdsgroep wordt het aantal leidsters bepaald aan de hand van het rekenkundig gemiddelde van de voor de aanwezige leeftijdscategorieën geldende maximale aantallen kinderen, waarbij naar boven kan worden afgerond. Gangbaar is:

Twee leidsters op een babygroep van 0 tot 1,5 jaar: 9 kinderen
Twee leidsters op een dreumesgroep 1,5-2,5 jaar: 11 kinderen
Twee leidsters op een peutergroep 2,5-4 jaar: 14 kinderen
Verder hangt de groepsgrootte ook samen met de oppervlakte van de groep (3,5m2 bruto-oppervlakte per kind), daarom kan het zo zijn dat de groepsaantallen tussen vestigingen onderling licht variëren.